Terug naar overzicht

Boer worden, loont het nog?

De adviseurs van SmartFunding delen graag hun kennis en ervaringen. Deze keer het woord aan Murat Gül van regio Zwolle-Apeldoorn. Hij vraagt zich in zijn blog af in hoeverre het stereotype van de rijke boer nog klopt.

Het is algemeen bekend dat Nederland in Europa het braafste jongetje van de klas wil zijn. Hierbij wordt nauwelijks stilgestaan bij verstrekkende gevolgen voor bepaalde sectoren. Laten we melkveehouders als voorbeeld nemen. Boeren vervullen in de voedselketen en essentiële rol. Zij staan immers aan het begin van de keten in de zogenaamde agrarische of primaire sector. Nu hebben boeren het imago rijk en vermogend te zijn, maar een genuanceerde blik laat zien dat dit vermogen voornamelijk in het grote landbouwareaal en opstallen zit. Beide zijn niet snel liquide te maken. Het verdienen van geld is natuurlijk niet dé drijfveer om boer te worden, maar wat buitenstaanders onvoldoende beseffen is dat agrarische ondernemers erg hard moeten werken. De beloning die hier tegenover staat is vaak geen juiste (of rechtvaardige) afspiegeling van de risico’s die ze lopen.

Wetten en regels

In de afgelopen jaren zijn boeren geconfronteerd met alsmaar toenemende wet- en regelgeving. Bekende en belangrijke voorbeelden zijn de maatregelen op het gebied van de melkquota en het terugdringen van de fosfaatuitstoot. Extra regeldruk gaat vrijwel altijd gepaard met een toename van de kapitaalintensiteit. Met andere woorden, wanneer er nieuwe regels geïntroduceerd worden, moeten er extra investeringen gedaan worden en moet extra geld geleend worden om deze investeringen mogelijk te maken. Voor melkveehouders is de reserveringscapaciteit een belangrijke pijler. Dit is het bedrag dat beschikbaar is voor aflossingen, vervangingsinvesteringen (van bijvoorbeeld machines of stalinrichting) en opbouw van de marge. Wanneer het aandeel voor aflossingen toeneemt, blijft logischerwijs minder van de reserveringscapaciteit over voor (noodzakelijke) vervangingsinvesteringen.

De afzetmarkt

Naast toenemende wet- en regelgeving is er nog een factor waar melkveehouders rekening mee moeten houden, namelijk de afnemer van de geproduceerde melk. Melkveehouders acteren in een markt waar de prijsvorming in grote mate bepaald wordt door melkfabrieken. In Nederland is Friesland Campina de grootste fabrikant en daardoor de belangrijkste bepaler van de melkprijs. In 2015 en 2016 zijn de melkprijzen door een diep dal gegaan, waardoor veel melkveehouders het in die jaren erg zwaar gehad hebben. Vanaf 2017 is het prijsherstel zichtbaar geworden, waar de melkveehouders van hebben kunnen profiteren. Hoe duurzaam en bestendig de prijscorrectie voor de komende jaren is, is nog niet duidelijk.

Concluderend kun je stellen dat melkveehouderijen (en natuurlijk ook andersoortige agrarische ondernemingen) acteren op een speelveld waar de spelregels voornamelijk gedicteerd worden door externe partijen. Om te kunnen anticiperen op de vele verandering moet de bedrijfsvoering voldoende flexibel en/of geautomatiseerd zijn. Om te kunnen automatiseren en een bepaalde mate van flexibiliteit te kunnen waarborgen, is in veel gevallen geleend geld nodig. Dit betekent uiteraard een grotere hap uit de boterham. Of het nog loont om boer te worden is uiteraard casusafhankelijk, maar dat een grote groep boeren het steeds lastiger krijgt moge duidelijk zijn!

Voor advies of vragen kun je altijd contact op nemen met Murat of een van de andere SmartFunding adviseurs. Uiteraard kun je ook altijd contact opnemen met SmartFunding via +31 85 303 56 65 of info@smartfunding.nl.